doorloper

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
1 uitvlucht ; moeder ; getal 2 schoudermantel ; van de aardpolen afkomstig ; deel van het hoofd 3 aaseter ; welk moment ook ; achteraf 4 plaats ; behulpzaam zijn ; vertraging 5 huur op lange termijn ; aanwijzend voornaamwoord ; prehistorisch dier 6 bochel ; dulden 7 mondeling ; sieraad ; Europeaan 8 zigeunervolk ; dierenvoer ; meisje 9 steun voor gebroken ledematen ; afgodsbeeld ; bewoner van Europa 10 proef ; bagger ; kledingstuk 11 duivel ; Afrikaans dier ; rivier (Spaans) 12 in zee uitlopend gebergte ; uitbarsting 13 niet dezelfde ; natuurlijk geslacht ; bevel
1 platvis ; boezem ; muzieksoort 2 saus bij patat ; wereldburger 3 zangstuk ; herkauwer ; grote woonplaats 4 watervogel ; ijzer ; plakband 5 tuingereedschap ; gelijk ; knevel 6 sierlijk ; klein onderdeel ; honderd gram 7 sierplant ; liefdesgod ; dichtheid 8 plaats in Duitsland ; uitgestorven vogel ; zwaar stuk hout 9 webpagina ; plaats in Amerika ; babysit 10 vogel ; plaats in Australië 11 van fouten zuiveren ; serie 12 uitjoelen ; eenmaal ; kleurnuance 13 openbaar vervoermiddel ; niet proper ; Indiase filosofie